Toen ik naar Nederland kwam woonde we op een zolderkamer met z’n vijven. Mijn oma, mijn tante en haar zoon, mijn zusje en ik. Als meisje van 6 jaar ging ik naar school in Rotterdam, waar ik pas later spelenderwijs achter kwam dat ik de enige niet blanke was.

 

Ik kan me herinneren dat ik me anders voelde dan op school in Suriname. Als er pauze was stond ik alleen op het schoolplein en keek naar de kinderen die aan het spelen waren. Ik probeerde voetje bij voetje dichterbij te komen om zo toegelaten te worden om ook mee te mogen doen met een lang elastiek waarmee er elastieken vormen gemaakt werden met je benen en touwtje springen.

 

Er was een tweeling in mijn klas en één van de twee die mij zag staan vroeg aan de rest of ik mee mocht doen. Dat mocht. Het was spannend want ik kende dit elastieken spel niet en moest goed opletten wat ze met hun benen deden om het elastiek tot een kop en schotel te laten doen lijken. Nou je raad het al het lukte me niet in één keer. Ik kon het maar niet onthouden. Maar ik mocht het blijven proberen.

 

Plotseling werd ik ruw beetgepakt en verteld dat ik niet mocht mee doen. Dit was een heel vreemd uitziend groot meisje. Ik vond haar lijken op een reuze kleuter. Ik voelde iets wat ik nog nooit eerder had gevoeld. Ik was bang en binnenin mij voelde het niet goed. Ik werd misselijk van het gevoel wat ik binnenin mij voelde.

 

Mijn hart klopte heel hard en voelde me alleen staan omdat de andere kinderen wel probeerde haar te stoppen, maar het hun niet echt lukte. Ik denk ook omdat de pauze zo kort was dat men gefocust was om plezier te hebben.

 

Daar stond ik dan, met dat nare misselijkmakend, voor mij nieuw gevoel vanbinnen. Ik keek om mij heen en zag een ander meisje ook alleen staan. Zij was blank maar had heel kroes haar, net als ik. Ik liep naar haar toe en vroeg hoe heet jij? Ze noemde haar naam en ik vroeg waarom speel je niet mee? Ze durfde niets te zeggen. Ze keek zelfs om haar heen.

 

Ik vroeg haar een paar keer, waarom speel je niet met hun? Het was alsof ze niet durfde te praten. Uiteindelijk zei ze zachtjes; “omdat ik niet mee mag doen”. Ik vroeg waarom niet? Ze haalde haar schouders op. Ik vond het erg sneu en vroeg haar “zullen wij dan samen spelen?” Ze kreeg een lach op haar gezicht en ze zei ja dat is goed.

 

Plotseling uit het niets stond de reuze kleuter voor me, heel dichtbij en dreigde weer. Ik mocht met niemand spelen anders zwaaide er wat. Het misselijk makend gevoel kwam weer naar boven. Ik kreeg tranen in mijn ogen maar probeerde ze te bedwingen. Ik huilde vanbinnen. Wat had ik gedaan? Ik deed toch niets verkeerds?

 

Ik sprak met het meisje wat ook nooit mee mocht doen na schooltijd af. We konden niet tegen de reuze kleuter op. We liepen na schooltijd samen naar huis. Ze vertelde dat ze soms wel en soms niet mee mocht doen. Ze bleef er heel rustig onder en dat vond ik mooi om te zien. Maar het deed haar wel wat. Zij woonde op de Oostzeedijk. Ik bracht haar naar huis en liep dan terug naar mijn eigen huis.

 

Jaren later ben ik erachter gekomen dat ik dit hele voorval had weg gestopt. Ik had een afspraak met een klasgenote van toen, zij vertelde dat er een meisje in de klas was die mij altijd bedreigde. Ze zei, ‘je sloeg doodsangsten uit’. Ze vertelde dat ze dat niet kon aanzien en dat zij dat meisje op haar plaats heeft gezet. Daarna durfde zij me niet meer lastig te vallen.

 

Ze vroeg me Patricia, weet je dat niet meer? Ik kon me het stukje bij beetje voor de geest halen toen ze vertelde hoe vaak ik wel niet aangevallen werd door reuze kleuter. Op een gegeven moment noemde ze haar naam, ik kon me haar toen zelfs voor de geest halen. Ja nu dat je haar naam noemt komt alles weer naar boven. Ik vond het vreselijk dat ze het vertelde want ik voelde in ene hetzelfde nare gevoel naar boven komen. Maar nu wist ik wat de naam van dat gevoel was… angst.

 

Na deze reünie ben ik naar huis gegaan en moest enorm huilen, want nu wist ik waar mijn angst en haar tentakels vandaan kwam.

 

Toen ik tot bekering kwam las ik veel over angst in de Bijbel. Het staat denk ik wel 266 keer in de Bijbel vermeld. Waarom zoveel keer dacht ik? Door de Bijbel te bestuderen en het ook toe te passen, is er veel angst bij mij weg gevallen en herken angst nu van veraf.

 

Tijdens mijn opleiding tot Post-hbo geaccrediteerd coach heb ik zelf op de stoel van coachee gezeten. Dit moet wel want anders kan je nooit een goede coach worden. Je krijgt een buddy toegewezen en je coacht elkaar. Je weet anders niet hoe het voelt om in de stoel van de coachee te zitten.

 

Tijdens mijn ontwikkelproces heb ik heel wat traantjes gelaten. Hoe gek het ook klinkt, door de jaren heen was angst mijn vriend geworden. Het is faalangst werd er geroepen tijdens mijn coach opleiding. Nee zei ik, ik heb geen faalangst anders zou ik nooit in bands kunnen zingen die op mega podia spelen. Het is geen faalangst, dat wist ik zeker.

 

Terwijl ik dit schrijf ontdek ik dat het de angst is om afgewezen te worden. Het is een gevoel dat niet te omschrijven is. Het maakt je kapot vanbinnen. Ik heb er lang mee geworsteld. Vooral als ik nieuwe mensen leerde kennen. Ik ben niet zo iemand die er alles aan doet om leuk gevonden te worden, dus bouwde ik een muur om mij heen.

 

Het zat zo diep en zat zo ver, ja het is de angst om afgewezen te worden. Dit is wat racisme kan doen met iemand. Nu denk je, ja maar dat meisje was nog jong en zij wist niet beter. Precies zij wist niet beter, maar haar daden waren racistisch. Racisme kent immers geen leeftijd.

 

Dit meisje heb ik vergeven. Want vergiffenis schenken zorgt ervoor dat je de ander niet gevangen houdt en zorgt ervoor dat de ander niet in je hart zit zonder de huur te betalen. Vergiffenis schenken betekent vrij leven, vrij zijn en niet gebonden zijn.

 

Ik kom uit een familie waarbij mijn vaders moeder, mijn oma Edwina, half creools en half Indiaan was, mijn vaders vader, mijn opa Anton, creool was met een Hindoestaanse achternaam.

 

De moeder van mijn moeder, mijn oma Marie, was half Chinees half creools, haar man, mijn opa James, was half Indiaan, half creool en kwam uit Saramaca. Mijn moeder heeft een mooie lichte huid bijna wit, mijn vader een mooie donkere huid. Mijn zusje heeft een mooie donkerbruine chocolade kleur, ik ben de lichte versie maar we komen van dezelfde ouders.

 

Mijn ander zusje is half Antilliaanse en heeft een mooi roodachtig bruine huidskleur. Twee van mijn broertjes hebben een hele mooie diepe donkere huidskleur en twee hebben een prachtige mokka kleur en mijn andere zussen zijn donker- en licht en één is zelfs wit.

 

Mijn moeders zus, mijn tante Julia, was heel mooi egaal donker met heel lang haar en leek als twee druppels water op Tina Turner. Haar man oom Piet, had een mooie lichtbruine roodachtige huidskleur met groene ogen. Hun kinderen, mijn nichten lijken op Indianen en hebben ook allemaal verschillende prachtige huidskleuren.

 

Oh ja, mijn neus is een beetje Joods, want we hebben ook Joodse familieleden. Mijn neven en nichten zijn lichtbruin en sommigen blank. Heyyy laat je schoonheid zien Kevin Spiering, Sherita Jansen, Regillo Balrak, Jennifer Wezer, Ashwin Balrak (broertje), Cindy Zerp, Sergio Fabian, Ugette Walcott, Sharon Chin a Hin en nog vele anderen van mijn familieleden met allemaal verschillende huidskleuren.

 

Wij komen uit een zéér grote familie, maar we doen niet aan racisme. Eén familie met vele kleuren!

 

TOGETHER AS A FAMILY WITH MANY COLORED PEOPLE, WE BEAT RACISM, CAUSE LOVE HAS NO COLOR!

 

Zonder liefde is alles zinloos.

Door de liefde verdraag je alles wat er met je gebeurt. Door de liefde kan je een ander vergeven. Door de liefde kan je vergeving ontvangen. Door de liefde blijf je geloven en vertrouwen. Door de liefde blijf je altijd volhouden. De liefde zal nooit verdwijnen. Dit is dus waar het om gaat: geloof, hoop, vertrouwen en liefde. Dat moet steeds het belangrijkste in ons leven zijn. Maar het allerbelangrijkste is de liefde.

 

Veel liefs,

 

Patricia Balrak